Latest Posts

Beroemd verhaal: veertien dagen op een ijsschots

Afgelopen zondag 5 maart werd in het kerkje van Durgerdam een waargebeurd en (lokaal) beroemd verhaal verteld over een visser uit Durgerdam die met zijn twee zoons uit ijsvissen ging en hoe zij veertien dagen vast kwamen te zitten op een ijsschots op de Zuiderzee.

De vertelster was Anje Robertson, oud-inwoonster van Durgerdam. Een uur lang bracht zij deze bijzondere geschiedenis tot leven, onder begeleiding van mooie melancholische gitaar muziek. Ik had het verhaal al eens op het internet gelezen, maar door het horen vertellen kon ik me veel beter voorstellen hoe het geweest moet zijn. Anje vertelde van de ontberingen die de vader en zijn jonge zoons moesten doorstaan om te overleven op de ijsschots.  Over dit avontuur zijn verschillende boeken geschreven en het wordt ook genoemd in het historisch naslagwerk over Durgerdam (een uitgave van de Stichting Historisch Centrum Amsterdam Noord). Hier volgt het verhaal:

Tijdens de strenge winter van 1849 is de Zuiderzee voor een groot deel dichtgevroren. Voor de bevolking van Durgerdam, die toen vooral uit vissers bestond, is het een barre tijd. Klaas Klaassen Bording en zijn vrouw Marietje hebben het met hun zes kinderen niet breed. Ze hebben schulden en moeten van weinig zien rond te komen.

Op zaterdag 13 januari 1849 besluit Klaas met zijn twee oudste zoons Klaas (19) en Jacob (17) het ijs op te gaan, om te ‘botkloppen’: een manier om te vissen onder het ijs. Het is al een beetje aan het dooien, maar het ijs op zee is nog lang niet gesmolten. Dik gekleed en met klompen aan hun voeten gaan de drie mannen op weg. Er zijn ook andere dorpelingen aan het vissen, dus ze moeten een flink eind het ijs op lopen om een goed plekje te vinden. De Bordings nemen een slee met visnetten, een bijl, een kannetje koffie en wat roggebrood mee.  Ze hebben ook een zware houten balk met een touw er aan bij zich. Als ze ver genoeg gelopen hebben, slaan ze een aantal wakken in het ijs waar de visnetten in worden gehangen. De houten balk wordt door de jongens aan één kant met een touw opgetild om hem met een dreun op het ijs te laten vallen. Dit herhalen ze een tijd lang om trillingen te veroorzaken. Hierdoor wordt de bot wakker, die stil in de modder onder het ijs ligt en van schrik de visnetten in zwemt. Klaas en zijn zoons vangen die dag wel meer dan 750 vissen.

De drie mannen zijn de hele middag in touw en gaan door tot het donker is. De andere vissers zijn al huiswaarts gekeerd. Klaas en zijn zoons laden alle spullen op de slee en gaan snel naar de kant. Maar bij Durgerdam zien ze dat de ijsplaat door de dooi en de wind van de kant is losgeraakt en het is onmogelijk om de wal te bereiken. Ze keren om en lopen naar het zuiden om het daar te proberen, maar ook daar kunnen ze niet van het ijs afkomen. Uiteindelijk zien ze in dat ze op het ijs zullen moeten overnachten en de volgende dag opnieuw moeten proberen thuis te komen.

De volgende dag proberen ze het in de buurt van Uitdam, waar ze om hulp roepen, maar niemand hoort hen. Iedereen zit op dat moment in de kerk. Vrouw Marietje zit in Durgerdam ook in de kerk (dezelfde kerk waar dit verhaal afgelopen zondag werd verteld!) en bidt dat haar man en zoons veilig thuis komen. Als ze de volgende dag nog steeds niet thuis zijn, slaat Marietje alarm bij de Burgemeester van Durgerdam. Er wordt meteen een zoekactie op touw gezet. Vier dagen lang wordt er gezocht door visser Arie Pauw en een aantal dorpsgenoten. Maar door de dichte mist en het gevaarlijke ijs moeten ze hun zoektocht staken. De Burgemeester plaatst een advertentie in het Algemeen Handelsblad, waardoor de vermissing landelijk bekend wordt.

Klaas Bording en zijn zoons maken een onvoorstelbaar moeilijke tijd op het ijs door. Ze worden blootgesteld aan ijskoude regen, mist, harde wind en soms felle zonneschijn. De wind drijft de ijsschotsen de ene dag noordwaarts richting de Waddenzee, dan weer naar het oosten of het zuiden. De ijsschotsen zijn voortdurend in beweging, schuiven over elkaar heen, botsen tegen elkaar en breken af. Verschillende keren moeten de Bordings overspringen op een andere schots. Ze nemen de slee en de visspullen steeds mee, maar laten onderweg soms zware spullen achter. De koffie en het roggebrood zijn al snel op en ze moeten rauwe bot eten om te overleven. Met een stuk zeildoek vangen ze regenwater op om van te drinken. De regen en het ijskoude water dat over de schotsen golft doorweekt hen tot op het bot. Hun voeten zijn opgezet in hun klompen. Ze zijn bang en moe. Ze zijn zo hongerig en koud dat ze nauwelijks kunnen slapen.  Vader Bording raakt na een aantal dagen zo wanhopig dat hij er een einde aan wil maken door zich in het water te laten vallen. Zijn zoons kunnen dit uit zijn hoofd praten. Ze spreken elkaar moed in en bidden tot God om hulp.

Na een week op het ijs maken ze hevig onweer mee. Het spookt op de Zuiderzee en de ijsschotsen worden verschillende kanten op geblazen. De volgende dag, op zondagmorgen, drijven ze heel dicht langs de kust van Enkhuizen. Ze zijn zo dichtbij dat ze op de torenklok kunnen aflezen hoe laat het is en ze zien kerkgangers op de kade naar de kerk lopen. Helaas wordt hun hulpgeroep niet gehoord. Een paar dagen later zien ze in de buurt van het eilandje Schokland een schip, maar de bemanning hoort het geschreeuw van de drie mannen niet.

Na twee volle weken worden de drie Durgerdammers opgemerkt door een paar vissers uit Vollenhove. Klaas Edelenbosch en Gerrit Visser zijn blij dat de zee na de strenge winter eindelijk weer open is om te kunnen varen. Met twee boten naderen ze het drijfijs. Dan zien ze iets bewegen op het ijs en horen ze een zwak hulpgeroep. Met hun twee vissersboten gaan ze er op af maar ze kunnen niet dichtbij genoeg komen. Ze gaan terug naar Vollenhove en halen een ijsvlet, een zware sloep met ijzers eronder die over het ijs kan glijden.

Zo worden de drie mannen op 27 januari gered en komen ze uitgeput aan in de haven van Vollenhove. Het nieuws heeft zich daar snel verspreid en de helden worden juichend door de dorpelingen ontvangen. Ze mogen bijkomen in de Zeekamer van het Raadhuis, waar kastelein Sauer en dokter Ekker zich over de mannen ontfermen. De voeten van de mannen zijn zo opgezwollen dat de klompen moeten worden opengebroken. Ze hebben blaren en zwarte plekken onder de huid van hun voeten. Vader Klaas vertelt het hele verhaal aan dominee Dibbets, die het opschrijft en in de regionale krant plaatst.

Direct wordt er een bericht naar Durgerdam verstuurd.  De postbode leest het bericht aan Marietje voor, die niet kan lezen of schrijven. Ze is dolblij en zo snel als ze kan reist ze af naar Vollenhove. Op 4 februari 1849 komt ze daar aan. Helaas overlijdt haar oudste zoon Klaas kort daarna aan de koorts. Ook vader Bording bezwijkt twee weken later aan de doorstane ontberingen. Samen met zoon Jacob reist Marietje terug naar Durgerdam. Bij thuiskomst wordt in het kerkje van Durgerdam een dankdienst gehouden.

In Vollenhove is een comité gevormd om geld in de zamelen voor de weduwe Bording en haar gezin. Door het bericht in de krant komen er allerlei giften binnen. Van het geld kan Jacob een vissersboot kopen. Jacob blijft zijn hele leven vissen. Vader Klaas Bording en zoon Klaas liggen op kerkhof de Voorst bij Vollenhove begraven. De klompen van de drie vissers werden nog jaren lang in de Zeekamer bewaard.

Gedenkplaat ter nagedachtenis aan vader Bording en zijn twee zoons in het kerkje van Durgerdam.

 

7 eerste bevindingen over Landelijk Noord

Ik woon nu 6 maanden in Landelijk Noord en ik ging op onderzoek naar de typische kenmerken van mijn nieuwe ‘habitat’.  Tijd om de balans op te maken. 

Wat valt me op?  Dit zijn mijn eerste bevindingen:

  1. Allereerst zijn dat de houten huisjes. Aan de Durgerdammerdijk en in de dorpjes Holysloot en Zuiderwoude vind je prachtige oude exemplaren.
  2. Overal is water. (Het heet immers niet voor niets Waterland!) Kris kras door het veengebied liggen sloten, kreekjes, plassen, zompige moerassen en drassige modderpaadjes. Er loopt een vergeten kanaal dwars door de weilanden. Grotere waterpartijen zijn het IJ (dat ons scheidt van de rest van Amsterdam), het Kinselmeer bij Durgerdam, de Gouwzee tussen Marken en Monnickendam en achter de dijk ligt het IJsselmeer. In deze tijd van het jaar is er ook veel water in de lucht: mist, dauw, damp, regen, sneeuw… ‘s Morgens vroeg zijn de bomen en de weilanden soms prachtig met rijp bedekt.
  3. Er is echt een dorpssfeer. Vooral afgelopen zomer viel me de relaxte vakantie-achtige sfeer op: mensen zijn vriendelijk en zien er tevreden uit. Bewoners groeten elkaar op straat. Iedereen loopt achterom. De voordeur wordt nauwelijks gebruikt. Buren zorgen voor elkaar. Zo heeft onze buurman ‘s zomers een paar keer het gras in onze voortuin gemaaid, aangezien hij ‘toch bezig was’. En toen mijn vriend een verkeerd bezorgd postpakket bij een boerderij kwam langs brengen, kreeg hij een pot huisgemaakte jam mee.
  4. De “landelijke lucht”…. koeienmest dus! Het zou niet echt buitenleven mogen heten als die lucht ontbrak, toch?
  5. Een goeie ‘outdoor’-kledingstijl of ‘stoere-boer’-look is hier de lokale klederdracht. Hoewel overdag veel mensen in kantoor kleding richting de stad vertrekken, doet men ‘s avonds de boodschappen toch het liefst in outdoor-boots en een wollen visserstrui. In de weekenden wordt in wind- en water-bestendige uitrusting naar hartenlust gewandeld, hardgelopen, paardgereden en gefietst.
  6. Er zijn voortdurend vele vogels in de lucht. ‘s Morgens vroeg, voordat het licht wordt, is het een gekwetter en gegak van jewelste. In de herfst dacht ik nog dat het alleen om trekvogels ging die naar het zuiden vertrokken. Maar anno februari is het nog steeds een drukke boel. Ganzen, eenden, spreeuwen en andere vogels die hier overwinteren, vliegen ‘s morgens uit naar plekken om te eten (‘foerageren‘ heet dat in vogel-kenners-taal) en komen ‘s avonds weer bij elkaar in de weilanden en de bomen om samen te slapen.
  7. Prachtige zonsopgangen en -ondergangen. Met geen pen is te beschrijven en vaak moeilijk in beeld te vangen hoe mooi de lucht hier vaak is. Ons huis heeft aan de voor- en achterkant vrij uitzicht op de weilanden, waardoor we er vaak bij zijn als de zon boven het IJsselmeer opkomt en ondergaat boven Amsterdam….

Houten huisjes aan de Durgerdammerdijk

Februari 2017

Zwerm ganzen boven winterlandschap

 

Februari 2017

Ganzen in de lucht

Februari 2017

Zonsondergang februari 2017

Een terugblik op 2016

De eerste maand van het nieuwe jaar is al weer bijna om. Hopelijk wordt 2017 hét jaar waarin mijn blog echt gaat groeien! Wat ik daarvoor nodig heb is meer vertrouwen en geduld: ik ben geen zelfverzekerde schrijver en het proces om dat op te bouwen duurt me te lang. Vaak blijft iets (te) lang in mijn hoofd hangen, want het moet in één keer goed. Daarom is een blog een goede oefening!

Terugkijkend op 2016 heb ik een bewogen jaar achter de rug. Allereerst werd ik ontslagen door mijn werkgever. Na 10 jaar full-time werken met veel plezier, overgave en vertrouwen, zat ik plotseling thuis met een uitkering. Dat was een hele klap. Ik voelde me verdrietig, futloos en onzeker. In die zelfde maand kochten mijn vriend en ik ons eerste huis en stortte ik mij volledig op de verhuizing, het klussen en inrichten. Niet veel later raakte ik zwanger, en was ik intens gelukkig, maar na 10 weken kreeg ik een miskraam, en was ik erg bedroefd…

Toen we naar ons nieuwe huis waren verhuisd, had ik alle tijd om rustig alle dozen uit te pakken. Sommige spullen zaten al jaren in dozen en kwamen ineens tevoorschijn. Vaak gepaard met mooie herinneringen, maar soms ook ontroerende of droevige herinneringen. Bij veel van die spullen bleef ik even stilstaan, alvorens het een plek in huis te geven. Doordat ik werkloos thuis zat, en door een coachingstraject die mijn vorige werkgever mij had aangeboden, heb ik veel kunnen nadenken en stil kunnen staan bij de dingen die ik tegenkwam en heb meegemaakt. Ook nare of droevige gebeurtenissen of herinneringen maken je tot wie je bent. Uiteindelijk heeft alles in ons nieuwe huis (en in mijn hoofd) een plek gekregen. Dingen die we niet dagelijks gebruiken, heb ik netjes opgeborgen op de vliering, andere spullen heb ik eindelijk eens weggegooid. En dat voelt opgeruimd. Ik heb weer energie om vooruit te kijken en om over mijn blog na te denken!

Al maanden loop ik rond met de vraag waar ik toch eens over zal schrijven. Ik wilde toch zo graag een blog? Nou schrijf dan eens wat! Soms zat ik uren achter mijn laptop zonder ook maar één woord te produceren. En zie hier: dit stuk schreef ik zo even in de tram toen ik op weg was naar de stad. Ineens zijn de woorden er wel. Dit bevestigt voor mij nog maar eens dat het gewoon een kwestie is van vertrouwen en geduld hebben.

PS. Ondertussen is het hier buiten prachtig: De zon schijnt en er ligt ijs op de sloten! Er ligt zelfs een dun laagje ijs op het IJsselmeer. In mijn volgende post zal ik er meer over vertellen.

IJs op het IJsselmeer

 

De groene kant van Amsterdam

In de zomer van 2016 ben ik samen met mijn vriend David verhuisd naar Landelijk Noord. Officieel wonen we in Amsterdam (ten noord-oosten van het centrum ), maar ons huis ligt midden in de weilanden… Dit is het groenste gedeelte van Amsterdam! Het gebied bestaat uit veel water en moerassige grond. Er zijn hier zeldzame vogels te vinden, oude houten dijkhuisjes, een haven met vissersboten, een vuurtoren, zorgboerderijen en beschermde dorpsgezichten. Er gaan verhalen rond over watersnoden, vissers op een ijsschots en een verdwenen dorp…

Ik ga op onderzoek uit in mijn nieuwe omgeving en zal in dit blog vertellen hoe het is om te wonen in het dunst bevolkte gebied van Amsterdam, temidden van natuur, rust en ruimte, met de hoofdstad aan onze voeten.

IJdoorn polder met het vuurtoren eiland.

Ook dit is Amsterdam: natuurgebied de IJdoorn polder.

Twaalf jaar geleden kwam ik naar de “grote stad” Amsterdam om er te studeren. Daarna vond ik er een baan en bleef er wonen. Ik vind Amsterdam een heerlijke stad. Het ligt centraal, heeft een mooie oude binnenstad, het is er druk en bedrijvig en tegelijkertijd kleinschalig en gezellig.

Niet zo lang geleden woonde ik nog in de Pijp. Toegegeven zal ik de gemakken van het wonen in binnenstad en dat alles met de fiets bereikbaar is wel een beetje missen. Hier in Landelijk Noord zijn geen restaurantjes, bruine kroegen, avondwinkels, afhaaltoko’s, biercafé’s met micro-brouwerijtjes, bakkers, kappers, winkels, supermarkten, bioscopen en musea om de hoek…  Daar staat tegenover dat we hier ook geen last hebben van stadslawaai, parkeerproblemen, lallende studenten en drommen toeristen, die met rollende koffers zeulen waar je met je fiets over struikelt!

Toen ik mijn vrienden en collega’s vertelde waar ik ging wonen, wisten de meesten niet waar Landelijk Noord ligt. “Waar is dat? Wat is er te doen? Hoe kom je de stad dan in? Moet je dan met de fiets op de veerpont?” Hooguit een enkeling wist dat er ook een brug is: de Schellingwouderbrug.  “Maar die is ook ver weg! Gaat die niet naar Oost?”  Voor velen van hen was het een schok dat we de binnenstad verlieten. Dat we niet meer om de hoek zullen wonen en niet even langs kunnen komen fietsen. Ik wil ze graag vertellen hoe mooi en bijzonder dit stukje van Amsterdam is.

Voor David en mij is het een droom die uit komt, en het beste van twee werelden: we hebben onze krappe bovenwoning in de Pijp verruild voor een nestje in de polder met ruimte en vrij uitzicht én Amsterdam binnen handbereik.

In de verte zie je de bogen van de brug naar IJburg, en iets rechts van het midden de torens langs de Amstel (Rembrandttoren).

In de verte zie je de bogen van de brug naar IJburg, en iets rechts van het midden de torens langs de Amstel (o.a. Rembrandttoren).

 

Amsterdam die grote stad is gebouwd op palen

Amsterdam is gebouwd op palen. Deze plek was vroeger namelijk een veenmoeras. De bodem is gevormd door plantenwortels en organische modder: een zachte ondergrond waarop gebouwen gemakkelijk wegzakken.

De stad wordt dus overeind gehouden door een ondergronds oerwoud aan palen! Er staan palen onder de grachtenpanden, onder het Centraal Station en het Rijksmuseum. Het Paleis op de Dam werd al in 1665 gefundeerd op 13.569 palen en zelfs de bomen in het Vondelpark staan op palen!

Amsterdam is omgeven door water en drassige grond. Als je achter het Centraal Station met het pontje het IJ oversteekt, kom je uit in Amsterdam Noord. Wanneer je dan nog verder gaat en de stad verlaat, sta je plotseling midden in de weilanden. Met veengrond, moerassen, polders en plassen.

Er liggen schattige dorpjes en boerderijen. Alles verzakt er razend snel. Vroeger bouwde men hier de huizen op houten kleefpalen. Die zuigen zich vast en de wrijving met de veengrond zorgt voor het draagvermogen. Als er dan een kudde koeien langs komt lopen, gaat het huis voelbaar wat heen en weer.

De huisjes op de dijk langs het water zijn gebouwd op plaatfundering. Dat zijn grote horizontale platen waar de woningen op staan, omdat in de dijk geen palen geslagen mogen worden.

Dit drassige land net boven Amsterdam noemen ze ook wel Landelijk Noord, en hier ga ik binnenkort samen met mijn vriend David wonen. Midden in de natuur. Met Amsterdam aan onze voeten. In dit blog ga ik je er alles over vertellen!

Hopelijk houden we onze voeten droog en zal de grond van ons huis niet al te snel verzakken. Maar voor de zekerheid ga ik nu alvast een paar laarzen kopen.

 Amsterdam die grote stad
Is gebouwd op palen
Als die stad nu omviel
Wie zou dat dan betalen?

Amsterdam die grote stad
Is gebouwd op palen
Als men de stad ommekeert
Dan kan men erin verdwalen 


Gebruikte bronnen: https://nl.wikipedia.org/wiki/Paalfundering 
en http://www.kennislink.nl/publicaties/drilpudding-amsterdam